De Chardonnaydruif, waardevol of waardeloos

tekst: Hans Melissen

'De chardonnaydruif is van nature bijna karakterloos’

‘Krankzinnig,’ riep mijn dochter, die een echte onderzoekster is. Ze bladerde nieuwsgierig door de papieren en boeken die ik op de keukentafel had liggen. ‘De duurste witte wijn ter wereld wordt gemaakt van een waardeloze druif.’

De laatste tijd had ik me helemaal gestort op de chardonnay en had artikelen, encyclopedieën en verscheidene leerboeken van de oenologische faculteit van de universiteit van Bordeaux om mij heen liggen. Ik moest wel een beetje lachen om haar verontwaardiging, want enigszins gelijk had ze wel. Maar wat is praten over wijn zonder een gevuld glas? Dat is voetbal zonder Cruijff, Rembrandt met een leeg doek of Leeghwater in de bergen. Nu ze net achttien was geworden, schonk ik haar een glas chardonnay van Bernardus in. Een topwijn van Ben Pon uit Californië.

Ze stak haar neus diep in het glas, zoals ze mij vaak had zien doen. Er kwam een liefelijke smile op haar gezicht. ‘Dit ruikt wel heel stevig … rijpe meloen ... gesmolten boter op een geroosterde boterham, vanilleijs ...’ Ze nam een bescheiden slok en kauwde er even op. Weer had ze een tevreden blik en keek me gelukzalig aan. ‘En wat een mooie kleur … zoveel geler dan de meeste witte wijnen.’ Ze begon zich te excuseren dat ze het niet zo deskundig kon verklaren als haar vaders wijnvrienden. ‘Maar hoe kan zoiets nou van een waardeloze druif worden gemaakt?’

De sauvignon blanc, de viognier, de muskaat, om maar een paar andere witte druiven te noemen, hebben allemaal zeer kenmerkende smaken. Op welke plek van de wereld je ze ook plant, overal leveren ze hun typisch kenmerkende geuren en smaken op. Bij de chardonnay is dat volkomen anders. Die is van nature bijna karakterloos. De chardonnay is, meer dan welke andere druif ook, afhankelijk van de boer. Waar plant je hem en hoe laat je de druif zich ontwikkelen. Blijkbaar is de mooiste plek de Bourgogne, want elke zichzelf respecterende wijnboer in de wereld probeert de Bourgondische wijnen na te apen.

Wat is dan het geheim van de Bourgogneboer? Eigenlijk niks. Het geheim is blijkbaar dat hij op het mooiste stukje aarde woont waar de chardonnay het best tot zijn recht komt. De boer doet niet veel meer dan goed verzorgen: met de hand oogsten in ondiepe bakken om de trosjes onbeschadigd in de kelder te krijgen. Zachte persen, het gisten met autochtone gisten op eersteklas eikenhout zonder temperatuurcontrole én regelmatig roeren in de pap!

‘En er zijn tientallen klonen …’ Mijn dochter zwaait met het leerboek van de universiteit.
Inderdaad is de chardonnay voor de Champagne een andere dan voor de Meursault. Je hebt er die meer sap afgeven; andere zijn bijvoor-beeld meer aromatisch. In Frankrijk worden er 34 officieel erkend … Kilo’s houtsnippers worden er door Nieuwe Wereldwijnen geroerd, bananengisten toegevoegd, dure temperatuurgecontroleerde vaten aangeschaft, nieuwe klonen bedacht, en dat allemaal om die eenvoudig werkende boer uit Puligny of Corton te evenaren. Mocht dat qua smaak lukken, is dat knap, maar qua prijs zullen ze ver achterblijven. En dat is voor ons eenvoudige Hollandse, zuinige drinkers dan weer een groot geluk!

‘Maar pap,’ zei mijn dochter al nippend aan de Californiër, ‘moeten we dan niet nu een Bourgogne ernaast proeven. Hier heb je er toch een staan …’ Ze wees op de fles Chevalier-Montrachet, die ik net cadeau had gekregen van een zeer goede vriend. Een fles van honderden euro’s. ‘Weet je wat?’ bedenk ik snel, ‘als jij negentien wordt, maken we hem open. Tot die tijd gaan we ervan dromen!’ Want dromen van een wijn die nog achter glas zit, levert vaak mooiere momenten op dan het slurpen zelf. Net als met vrouwen van lichte zeden, dacht ik erachteraan, maar sprak ik niet uit.


Het magazine online bestellen kan HIER

 

Bookmark and Share